Hypothecaire Leningen

Een huis kopen of bouwen is voor de meeste mensen waarschijnlijk, op het huwelijk na, de belangrijkste beslissing die men in zijn leven neemt. De doorsnee Belg heeft, misschien jammer maar helaas, niet de nodige middelen om dat zelfstandig te financieren.

Om de droom te kunnen realiseren wordt dan een hypothecaire lening afgesloten. Niet onbelangrijk dus dat men eens om zich heen kijkt om te weten wat er op de markt te krijgen is.

Men moet weten dat er in wezen 3 verschillende soorten hypotheken bestaan (conform de wet):

 

 De hypotheek met vaste kapitaalsaflossingen: hierbij betaald men, meestal per maand, een vaste schijf van zijn kapitaal terug, zodat na elke betaling de maandlast zakt. De interesten worden namelijk steeds berekend op de resterende openstaande schuld (het schuldsaldo).

De hypotheek met vaste stortingen: hierbij betaald men telkens dezelfde lasten. Doordat in begin de schuld hoog is betaald men dan hoofdzakelijk interesten en slechts weinig kapitaal terug.

De aflossingsvrije hypotheek: hierbij betaald men enkel interesten. In principe moet men er wel zorg voor dragen dat op een bepaald ogenblik het ontleende kapitaal er ligt wanneer de schuld in 1x moet afbetaald worden. Veelal doet men de wedersamenstelling van het ontleende bedrag via een levensverzekering.

Het is ook mogelijk om combinaties te maken op basis van de 3 systemen: bij voorbeeld 50% van de lening terugbetalen via vaste kapitaalsaflossingen en 50% via het system van vaste maandlasten (=mensualiteiten). Dit noemt men panacheren.

Elk systeem heeft zijn voor- en nadelen. Indien men informatie vraagt bij een financiële instelling moet men er zich van bewust zijn dat de antwoorden dikwijls gekleurd zijn aangezien men, ofwel slechts producten van 1 kredietverstrekker kan aanbieden (zoals bij alle grootbanken), ofwel omdat men bepaalde productcombinaties niet heeft. Men promoot natuurlijk enkel wat men heeft.

Er is geen systeem dat het beste systeem is. Alles hangt af van het samenspel van andere faktoren. Bepalende elementen daarbij zijn onder andere: het beschikbare inkomen, de hoogte van de intrestvoet, de verhouding tussen het ontleende kapitaal en de waarde van het onderpand, de verwachte evolutie van de inflatie en het rentepeil.

Een ander belangrijk thema om eventjes bij stil te staan is de keuze tussen een vaste, semi-vaste of variabele rentevoet:

 

Bij een vaste rentevoet weet men precies hoeveel men zal betalen van de eerste tot de laatste dag van de lening. Deze intrestvoet is de hoogste aangezien men in het begin een soort risico-premie betaald voor indien het algemene rentepeil zou gaan stijgen. Men betaald voor een risico dat de kredietverstrekker wil lopen. En aangezien elke bank meer dan voldoende actuarissen in dienst heeft om zeker te zijn dat zij geen risico loopt, denk ik dat men per definitie te duur leent met een vaste rentevoet, maar dat is mijn persoonlijke mening.

Het tegenovergestelde is een variabele rentevoet. Hierbij verandert de toegepaste rentevoet op het einde van elke rentevaste periode. Zoals de naam het zegt is een rentevaste periode de termijn waarin een rentevoet niet mag wijzigen. Op de Belgische markt heeft men de keuze tussen een jaarlijks, 2-jaarlijks, 3- jaalijks, 4-jaarlijks en 5-jaarlijks herzienbare rentevoet.

Men dient echter te weten dat de Belgische wetgeving zeer beschermend is voor variabele rentevoeten. De evolutie van dergelijke rentevoeten is namelijk gekoppeld aan referteindexen. Zo is een jaarlijks herzienbare rentevoet gekoppeld aan de rente op schatkistcertifikaten op 12 maanden (=ReferteIndex A), en is de 5-jaarlijks herzienbare rentevoet gekoppeld aan de interbancaire rente op 5 jaar (=ReferteIndex E). Per definitie ligt het niveau van een jaarlijks herzienbare rentevoet lager dan een 5-jaarlijks herziebare rentevoet.

Op het einde van elke rentevaste periode wordt de nieuwe referteindex vergeleken met de oorspronkelijke index, en het verschil wordt bijgeteld of afgetrokken van de oorspronkelijke basisrentevoet (die in de hypothecaire akte moet vermeld staan, evenals de oorspronkelijk referteindex), afhankelijk van het feit of de niveau van de rentevoeten gestegen is of gedaald.

Een ander belangrijk gegeven ten voordele van variabele rentevoeten is dat in de wetgeving vermeld staat dat een rentevoet niet meer mag kunnen stijgen dan hij kan dalen. Als men weet dat een jaarlijks herziebare rentevoet kan schommelen rond de 4,5%, dan weet men met absolute zekerheid dat over de volledige duurtijd van de lening (25, 30 , 35 jaar of langer) de basisrente nooit meer kan bedragen dan 9%. Waar is de tijd dat men blij was dat men een lening kon krijgen aan 9%.

Een tussenoplossing is een semi-variabele rentevoet. Hierbij kiest men voor een eerste periode (die kan liggen tussen 6 en 24 jaar) met een vaste rentevoet, gevolgd door een periode met variabele rentevoeten (meestal een 3- of 5-jaarlijks herzienbare rente). Met in het achterhoofd de techniek van de herziening van variabele rentevoeten kan men concluderen dat hoe langer de duurtijd is van eerste rentevaste periode, hoe hoger het niveau gaat zijn van de variabele rentevoeten na afloop van die eerste rentevaste periode.
Wij, als hypotheekspecialist, werken samen met meer dan 10 maatschappijen, enkel voor woningfinancieringen. Daardoor hebben wij oplossingen voor elke situatie. Dit stelt ons ook in staat om voor u maatwerk te leveren, en u kunt erop rekenen dat dit gebeurt aan de beste voorwaarden. Wij doen wat de andere zeggen dat ze doen. Om dat te bewijzen dagen wij u uit: ga eerst informeren bij de anderen en kom dan naar ons.